Maurits Tompot, nummer 1 van de Top50 Lijst der bijzondere Gouwenaars

Gouda – “Ik ben na mijn afscheid al meer geïnterviewd dan in de jaren dat ik koster was in de Sint Jan”, lacht Maurits Tompot terwijl hij de deur van zijn flat op de hoogste verdieping van de Leo Vromantoren voor ons opendoet. Nu komen wij niet alleen voor een vraaggesprek, maar voor iets heel speciaals: Maurits Tompot is eerste geworden van onze Top 50 van Bijzondere Gouwenaars. We komen hem de award uitreiken.

Hij reageert verrast, maar het overvalt hem ook. “Ik heb gewoon met heel veel plezier mijn werk gedaan, maar dat doet de jongen die bij de Jumbo ’s morgens vroeg alles klaarzet, ook. Waarom zou ik de award krijgen?” Er zit toch een verschil in, vinden wij. Maurits Tompot, die in november bij zijn afscheid als koster werd uitgeroepen tot ereburger van Gouda, is onmiskenbaar een ambassadeur van Gouda. Dan hebben we het niet alleen over de Sint Jan, waar hij duizenden toeristen heeft vermaakt met zijn verhalen over de Goudse Glazen, maar bijvoorbeeld ook over zijn passie voor Erasmus en zijn inzet om Gouda bekend te maken met deze wetenschapper die zoveel heeft betekend voor de Goudse Glazen.

Rasverteller
Maurits Tompot is een rasverteller. We zijn nog niet binnen of de eerste verhalen -komen al. We gaan zitten aan de keuken-tafel van het nieuwe appartement. Na zijn afscheid als koster verlieten hij en zijn vrouw de dienstwoning bij de Sint Jan om hier, op tien hoog, te gaan genieten van het prachtige uitzicht over de -Hollandsche -IJssel en de Krimpenerwaard en met zicht op de woning van hun dochter en haar -gezin. Achter de keukentafel staan -schilderijen die Maurits heeft gemaakt. Maar daar gaan we het niet over hebben. Erasmus. Over hem gaat het vooral. “Weet je wat mijn grootste klapper is? Ik heb het geheim van Erasmus ontdekt in de Goudse Glazen en zolang dat niet is ontdekt door de academische wereld, blijft het een geheim.” Enkele jaren geleden schreef Maurits de historische roman ‘Het Geheim van Erasmus’, daarin draaide het om een nog niet ontdekt boek van Erasmus dat ten grondslag moet liggen aan het beeldprogramma van de Goudse Glazen in de Sint Jan. Dat boekje heeft hij nu gevonden. “Wat een vondst! Het heet ‘Een Goddelijk Festijn’. Dat boekje, waarin de wandschilderingen staan die zich in het tijdelijke huis van Erasmus in Anderlecht bevonden, moet Herman Lethmaet in de zestiende eeuw hebben gebruikt bij het samenstellen van de nieuwe Glazen in de Sint Jan.”

De glas-in-loodschilderingen zijn bedoeld als een soort stripverhaal, zodat iedereen, ook de mensen die niet konden lezen, kennis kon maken met de Bijbel. De Bijbel voor leken, dat was revolutionair in die tijd. Erasmus was, zo doceert Maurits, een vertegenwoordiger van de Renaissance, van het nieuwe denken: terug naar de bron, dus voor een theoloog betekende dat terug naar de Bijbel.

‘Geestelijke aardbeving’
Hoe Maurits zelf bij de bron is -gekomen, dat is een heel verhaal dat terugvoert naar zijn jeugd in België. Maurits was veertien jaar toen zijn vader plotseling stierf. “Dat was een geestelijke aardbeving. Ik ben daardoor veel te vroeg gaan nadenken over de zin van het leven.” Kort na dit over-lijden verhuisde het gezin naar Gouda, naar de Burgemeester Martenssingel. -Zodra hij kon trok hij de wereld over, op zoek naar ‘de waarheid’. Hij zocht het in drugs, in het sociale systeem van de -kibboets in Israël (dat bij nader inzien niet zo sociaal bleek te zijn), in- -hindoeïsme, boeddhisme en eindigde doodziek in India. Geen eten, geen geld en geen mens die zich om hem bekommerde. Dat bracht hem ertoe te bidden: ‘God, als u bestaat, help me hier dan uit.’ Kort daarna wees iemand hem op mensen van het Leger des Heils, daar in India. Zeven weken lang nam een echtpaar hem in huis en -verzorgde hem liefdevol, terwijl hij geen geld had om iets terug te doen. Die combinatie van woord en daad raakte hem zo dat hij zich in het christendom is gaan verdiepen. Inmiddels noemt hij zich een- -‘bijbeljunkie’. Zijn kennis die hij in de loop der jaren opdeed, deelde hij jarenlang tijdens bijbellessen op openbare basisscholen in Gouda, Waddinxveen en Boskoop. De afgelopen 37 jaar was hij met heel veel plezier koster in de Sint Jan. “Het is zo’n mooie kerk. Het is een feest om dat werk te doen. Ik houd ervan grapjes te maken. Mensen lopen dan schuddebuikend door de kerk. Weet je wie het meest lachten? De Britten. De Britse humor is zo verfijnd.”

We zijn nog lang niet uitgepraat. Met het leven van Maurits Tompot zou een boek te vullen zijn. Misschien moet hij dat maar eens gaan schrijven, nu hij met pensioen is.

(Bron www.deGouda.nl)