Papieren Tijgers deel 24

Johan Weeber die tot voor kort in de Goudse gemeenteraad zat voor Gouda Positief baseerde zijn boek op ware gebeurtenissen tussen 2010 en 2018. “Uit respect voor sommige politici zijn bepaalde zaken in dit boek verzonnen. Uit respect voor de kiezers is al het overige zo waarheidsgetrouw mogelijk opgeschreven.” Het boek verschijnt als feuilleton in deGouda Digitaal.

24. Twintig minuten

Ik heb een jaar of tien geleden de buurtwinkel overgenomen van Willem Smit. Ik was in loondienst bij ’s lands grootste kruidenier en dit was een uitgelezen kans om voor mezelf te beginnen. Een wens die ik al enige tijd koesterde. Het mooie was dat we ook de bovenwoning konden betrekken. Willem en zijn vrouw wilden niet boven hun oude winkel blijven wonen, iets dat ik wel snapte. De woning was groot genoeg voor ons en ook voor de gezinsuitbreiding die op komst was met een tweede dochter.  Naast ons pand lag een soortgelijk woon/winkelpand, waarvan het winkelgedeelte leeg stond. In de bovenwoning naast ons woonde een wat oudere dame, die in de buurt ‘de barones’ werd genoemd, omdat ze altijd tiptop gekapt, opgemaakt en goed in de kleren naar buiten kwam. Sinds wij er woonden hadden we haar aan de achterzijde van het pand ook wel eens in krulspelden gezien en ik kan je verzekeren, dat was toch echt een heel ander gezicht.

Hilde, want zo heette ze, bleek een bijzonder aardige buurvrouw. Een jong bestorven weduwe, waarmee we al snel een goede band als buren opbouwden. Hilde huurde haar pand van dezelfde huisbaas, mijnheer Nederhorst, als waarvan wij ons pand gekocht hebben. Willem en zijn vrouw hadden ook jarenlang van hem gehuurd, maar wij hebben het pand gelukkig kunnen kopen en opknappen.

Hilde’s pand bevindt zich in belabberde staat, nog slechter dan dat van ons pand bij de aankoop. Er zitten grote scheuren in bijna alle muren. De elektra is uit het jaar 1912, er zit geen CV in en de achterzijde van het pand is verzakt. Het lijkt wel alsof ons pand ook meegetrokken is. Ook bij ons waren er grote scheuren te zien, maar wij hebben alles rigoureus opgeknapt en verbouwd.

Op een zaterdagochtend komt Hilde naar me toe in de winkel en zegt: “Joop, nou is het ook wat, gisteravond met die -hoosbuien stroomde het water aan de binnen-kant van de muren mijn huis in, het lijkt wel alsof het dak nu ook loskomt van de achterste muur.”
“Tjee, Hilde, dat is bizar, die huisbaas van je moet nu eindelijk eens iets gaan doen, voordat de boel instort.”
“Joop, jij kent hem ook, die vrek van een Nederhorst, wil jij me misschien -helpen om een brief te schrijven, misschien luistert ie wel naar jou?” Ik stem toe en vraag: “Hilde, ik wil het je al een hele tijd vragen, maar denk je dat ik ooit jouw begane grond bij mijn winkel kan trekken? Mijn winkeltje begint een beetje te klein te worden voor de omzet die ik draai.” Hilde antwoord aarzelend: “Joop, ik weet eigenlijk niet of ik dat stuk ook huur, ik woon hier al veertig jaar weet je, zo oud is ook mijn huurcontract. Ik weet nog wel dat er vroeger een echtpaar een stoffenwinkel in dreef, maar dat is al 20 jaar geleden.”  Die zondagavond schrijf ik een brief aan Nederhorst, namens Hilde, waarin ik hem sommeer onderhoud te plegen. Samen met Detta haal ik nog weer even de -herinneringen op aan de bijzondere manier waarop we uiteindelijk ons pand konden kopen.

Herman Nederhorst was dik in de tachtig toen we kennis met hem maakten een paar jaar geleden. Ik had een makelaar -ingeschakeld om te onderhandelen over de huurprijs, ik vond dat Willem veel te veel huur betaalde. Die makelaar was zo slim om bij Nederhorst over koop te -beginnen in plaats van huur. In eerste instantie voelde Nederhorst daar niets voor, hij was in het pand geboren en had er een -emotionele band mee. Maar onze -makelaar had gezegd dat zij nou het ideale stel gevonden had om het pand te kopen, jong, met een kind, tweede op komst, en van plan om het pand mooi op te -knappen. Uiteindelijk kregen we, na maanden wachten, telefoon van de -makelaar: ”Nederhorst wil jullie zien! Hij wil misschien toch aan jullie verkopen nadat ie kennis heeft gemaakt, want hij wil wel weten aan wie hij verkoopt. Alleen zijn accountant mag bij het gesprek zijn en dat mag maximaal 20 minuten duren, want mijnheer is erg snel moe.”

En zo komt het dat Detta en ik op een snikhete donderdagavond aankomen bij een reusachtige, met klimop overwoekerde villa in Ohligs, een rijk plaatsje vlak buiten Solingen. De accountant staat ons buiten ongeduldig op te wachten: “U weet het, u heeft twintig minuten om mijnheer ervan te overtuigen dat ie aan u moet -verkopen.”

We knikken braaf en lopen naar binnen. Buiten is het dertig graden maar -binnen is het koel en bedompt. We volgen de -accountant naar een kleine kamer. Daar zien we de achterkant van een grote -fauteuil. Links en rechts ervan liggen twee stapels kranten van wel een meter hoog. Als we om de fauteuil heenlopen, zien we dat er een kleine, kromgegroeide oude man in zit, die met twee gelige handen een wandelstok omklemt.

Door Johan Weeber

Klik hier om alle hoofdstukken terug te lezen.

Heeft u lokaal nieuws uit Gouda of omgeving?
Mail het ons via redactie@degouda.nl

Download nu deGouda App voor iOS en Android

30-11-2018 09:12